Tekst: Bram Schilperoord –
Fotografie: Nico Brons –
De binnenstad van Amsterdam was er klaar voor. Boven de Wallen scheen de zon. Vrijdag 5 juni jl. om 14.00 uur was de aftrap van de dertiende editie van Red Light Jazz, een festival dat in ruim tien jaar tijd een vaste plaats heeft veroverd op de culturele kalender van de hoofdstad. Het werd een dag vol verrassingen, ontmoetingen en muziek van uitzonderlijk niveau.

Een onverwachte opening in Casa Rosso
Het festival begon zoals gebruikelijk in Casa Rosso waar zich om 13.00 uur al een rij vormde voor het optreden van Hans Dulfer. Het is het traditionele startsein voor een festivalweekend vol jazz. Nog voordat Dulfer een noot op zijn saxofoon had gespeeld, deed zich een opmerkelijk moment voor. Stadsdeelvoorzitter Amélie Strens liep daar ineens door het gangpad naar het podium. Zij verrichtte de officiële opening. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar was het allerminst. Na 2018 had geen vertegenwoordiger van de gemeente Amsterdam het festival meer geopend. Sindsdien hield het stadhuis zich opvallend afzijdig van het festival. De aanwezigheid van Strens leek een ommekeer in te luiden, een gebaar van erkenning voor een evenement dat al dertien jaar de jazztraditie van de binnenstad levend houdt.
Na de lovende woorden van de stadsdeelvoorzitter swingde Dulfer en zijn band, bestaande uit Gijs Dijkhuizen op drums, Jerôme Hol op gitaar en Phaedra Kwant op bas, als vanouds. Het rauwe tenorsaxgeluid van Dulfer vulde de theaterzaal met energie. Op 86-jarige leeftijd hoeft Dulfer zich niet meer te bewijzen, toch speelt hij nog altijd met de energie van een muzikant die aan het begin van zijn carrière staat. De bandleden kregen daarnaast alle ruimte om op hun instrument te excelleren.

Jazz in Café Mascini
Van de drukte van Casa Rosso naar de Dutch Courage cocktailbar op de Zeedijk waar de jonge Amerikaanse saxofonist Mark Beebe optrad met zijn trio om daarna de huiskamersfeer te proeven van Café Mascini even verderop. In Mascini brachten pianist Berend van den Berg, bassist Joep Lumeij en saxofonist Marco Kegel een set die perfect aansloot bij de locatie. Het samenspel was verfijnd en ontspannen. Van den Berg en Lumeij lieten horen hoe goed ze op elkaar zijn ingespeeld, terwijl de eerste altsolist van het Jazzorkest van het Concertgebouw met zijn lyrische saxspel fraaie melodische lijnen trok. Het was jazz zoals jazz bedoeld is: dichtbij, persoonlijk en zonder opsmuk.

Cubaanse zonnestralen in Skek
Even verderop op de Zeedijk speelde Vanilla Caliente in Skek. De jonge formatie, bestaande uit musici uit verschillende landen, bracht een explosieve mix van Cubaanse ritmes, latin jazz en dansbare grooves. Het was onmogelijk om stil te blijven zitten. Skek veranderde voor even in een Caraïbische dansvloer midden in Amsterdam.
Sanem Kalfa ontroert in het P.I.C.
Na iets te hebben gegeten in Brouwerij De Prael, waar evenals vorig jaar de band Achha optrad, toog ik naar het Prostitutie Informatie Centrum om het solo-optreden van zangeres en celliste Sanem Kalfa te zien.
Het contrast met de optredens in Skek en De Prael kon nauwelijks groter zijn. De muziek van Kalfa beweegt zich moeiteloos tussen jazz, geïmproviseerde muziek en poëtische vertelkunst. In de kleine ruimte van het P.I.C. kwam alles samen. Haar stem klonk kwetsbaar en krachtig tegelijk. Iedere nuance was hoorbaar. Het optreden van Kalfa werd geproduceerd door Red Light Arts & Cultuur, dat al enige jaren samenwerkt met Red Light Jazz.
Hermine Deurloo en Anton Goudsmit stelen de show
Daarna naar de Korpszaal van het Leger des Heils. Daar bewezen mondharmonicavirtuoos Hermine Deurloo en gitarist Anton Goudsmit waarom hun door Challenge Records uitgebrachte album ‘Unfilterd’ vier sterren kreeg van de Volkskrant.
Hun concert was een masterclass in muzikaliteit én humor. Deurloo liet horen hoeveel kleuren er uit een mondharmonica te halen zijn, terwijl Goudsmit voortdurend balanceerde tussen virtuositeit en speelsheid. Soms klonk het alsof er een volledig orkest op het podium stond, terwijl er slechts twee musici speelden.
NOHMI bevestigt haar status
In de prachtige akoestiek van De Waalse Kerk maakte vervolgens NOHMI haar opwachting. De Zuid-Koreaanse pianiste en componiste, die in 2025 de Keep an Eye The Records Award won, behoort zonder twijfel tot de meest veelbelovende nieuwe stemmen in de Europese jazz.
Haar composities combineren lyriek, avontuur en een opvallende volwassenheid. In de kerk kregen de stukken alle ruimte om te ademen. Het publiek hoorde een artiest die niet alleen technisch indrukwekkend is, maar ook een volkomen eigen muzikale taal ontwikkelt.
Luidruchtige mannen bij TenClub
Toen ik het programma van Red Light Jazz 2026 voor het eerst las, viel mij op dat TenClub ontbrak. Ik heb daar in voorgaande jaren veel mooie Red Light Jazz-optredens gezien. Nu liep er een luidruchtige groep mannen in en uit toen wij TenClub passeerden. Die hadden de privéclub kennelijk afgehuurd om er een feestje te vieren, een feestje dat zich had verplaatst naar de straat. Schreeuwend en lallend renden de mannen door de Nes. Ik mag toch hopen dat TenClub volgend jaar weer gewoon podiumlocatie is van Red Light Jazz.
Sabrina Starke overwint de omstandigheden
In het mooie en goed gevulde TOBACCO Theater had ik een volledig versterkt optreden verwacht van Sabrina Starke met haar band. Uiteindelijk is gekozen voor een semi-akoestisch concert met een vleugel en onversterkte drums. Dat pakte heel goed uit, al had de achtergrondzang wel iets harder gemogen.
De Rotterdamse singer-songwriter, bekend om haar warme mix van soul, R&B, folk en jazzinvloeden, zag er prachtig uit en had het duidelijk naar haar zin, net als het publiek.
Er werd gedanst en meegezongen.
Een jamsessie zonder de aangekondigde ster
De eerste dag van Red Light Jazz 2026 eindigde met een in de programmagids aangekondigde Friday Night Live Jam in Contra. Oorspronkelijk zou gitarist Linus Eppinger de muzikale gastheer zijn, maar wegens privéomstandigheden moest hij verstek laten gaan. Dat bleek nauwelijks een probleem. Zijn band nam het initiatief over en zette een jamsessie neer die volledig aansloot bij de geest van jazz: spontaan, avontuurlijk en onvoorspelbaar.
Een veelbelovende start
Diep in de nacht galmden de laatste noten van de optredens na. De dertiende editie van Red Light Jazz was uitstekend begonnen.
Van de energieke opening van Hans Dulfer in een bomvol Casa Rosso Theater tot de verstilde schoonheid van Sanem Kalfa, van de virtuositeit van Deurloo en Goudsmit tot de internationale klasse van NOHMI en Sabrina Starke: de eerste festivaldag liet zien waar Red Light Jazz voor staat. Niet alleen voor jazz als muziekstijl, maar voor jazz als levende cultuur die thuishoort in de straten, cafés, kerken en theaters van de Amsterdamse binnenstad.
En misschien was de aanwezigheid van de stadsdeelvoorzitter wel symbolisch voor wat de eerste dag duidelijk maakte: jazz en de oude binnenstad van Amsterdam horen bij elkaar. Misschien wel meer dan ooit.